Potgrond-substraat

Hoofdbestanddeel is veen
Op basis van het voorgaande heeft een kweker een aantal handvatten voor de samenstelling van de meest ideale potgrond.

Veen is ontstaan uit planten, veelal sphagnum, en er is veen te koop uit verschillende landen, met verschillende sphagnumsoorten, ontstaan onder verschillende klimaatomstandigheden en van verschillende leeftijden. Dit geeft dus ook zeer verschillende eigenschappen (een gefreesd witveen uit Ierland is bijna niet te vergelijken met een gefreesd witveen uit Finland). De herkomst is bepalend voor o.a. het watergetal en de drainage. Bovendien wordt veen op verschillende manieren gewonnen. De ene vervener freest de bovenlaag waardoor het veen los komt te liggen en kan drogen. De andere vervener steekt het veen in blokken (zoden), die hij vervolgens opgestapeld laat drogen. Daarna vermaalt en zeeft hij deze blokken om de juiste grof/fijnheid te krijgen. De verschillende eigenschappen in veen hebben betrekking op grofheid, watergetal (de hoeveelheid water die het veen kan opnemen), wateropname (de snelheid waarmee het veen water opneemt), luchtigheid, drainage, capillariteit, stabiliteit en verwerkbaarheid. Voordat iemand toeslagstoffen gaat gebruiken, moet hij eerst proberen zo dicht mogelijk bij het optimale resultaat te komen met het veen dat beschikbaar is. Wanneer met een bepaald soort veen of een mengsel van verschillende soorten hij niet het ideale mengsel weet te maken, zijn er allerlei toeslagstoffen denkbaar en in gebruik.

Perliet, bark en klei
Perliet is een ‘gepoft’ vulkanisch gesteente dat bijzonder luchtig is en gebruikt wordt om fijne potgronden luchtiger te maken. Daarnaast heeft perliet de eigenschap om snel water op te nemen (zij het niet veel). Omdat de zuigkracht van perliet relatief laag is, zal het veen het water weer kunnen onttrekken aan de perliet. Deze toeslagstof maakt dus een fijn mengsel luchtiger en zorgt in het algemeen voor een snellere wateropname bij een watergift van bovenaf. Bark (‘schors’ in het Engels) is de naam voor de schors van de Pinus maritima. Omdat deze schors bijzonder hard is, verteert deze heel langzaam. Deze toeslagstof geeft dus geen problemen zoals stikstofonttrekking en verslechtering van de structuur. Bij de meeste andere schorssoorten is dat wel het geval, waardoor deze uit het pakket zijn gehaald. Het toevoegen van bark bevordert de drainage (waar bark zit, zit geen veen) en het zorgt bovendien voor meer stabiliteit. Klei is al jaren een bekende toeslagstof in teelten waarbij de kweker streeft naar een gedrongen groei. Er zijn veel verschillende soorten klei. In het algemeen geldt dat klei zorgt voor een sterkere vochtbinding en ook de opzuigsnelheid van de potgrond neemt toe. Zoals eerder vermeld, zorgt klei voor een lager luchtgehalte omdat het de potgrond als het ware in elkaar drukt.

Kokosvezel en kokosgruis
Kokosvezel verbetert de capillaire werking van potgrond. Omdat het watergetal van kokosvezel nihil is, wordt de potgrond niet natter maar zal sneller het water opnemen en verdelen in de potkluit. Net als andere vezels, houdt ook de kokosvezel de potgrond veerkrachtig. Daardoor ontstaat er na indroging minder snel een ruimte tussen de pot en de potkluit. Kokos gaat ook het uitdrogen zelf tegen omdat de

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.