Pelargonium alpinum

Uit P&G Nieuws! januari 1999, nummer 1

P. alpinum is een species waar maar zelden over geschreven wordt. In ons ledenblad in de afgelopen 25 jaar nog niet eerder. Misschien dat liefhebbers haar niet noemen omdat ze haar niet bezitten. Ze worden maar zelden aangeboden. Ik heb haar twee keer eerder gehad en toen waren en bleven het bovendien beide keren armzalige plantjes, bestaande uit een paar sliertige stengeltjes zonder ook maar ooit te bloeien. Beide keren gaf ik het op zonder resultaat. Er zijn wel meer van die species die in een potje helemaal niet tot hun recht komen. Meestal vallen die in het wild ook niet op.

We hebben hier in het veld ook wel plantjes die we meestal niet echt bekijken, met piepkleine bloemetjes en/of kale armzalige stengeltjes. We piekeren er niet over om die in een potje te zetten of een speciaal plekje in de tuin te geven, behalve verzamelaars van wilde planten. Als we een bepaalde plantensoort verzamelen doen we dat vaak wel omdat je dan alles wilt hebben of tenminste een tijdje goed wilt bekijken. Goed, zo’n soort plantjes leken de Pelargonium alpinum die ik had ook. Achteraf denk ik dat die armzaligheid te maken had met een verkeerde verzorging. Iets wat ook typisch is voor het houden van species. Bij een juiste verzorging kunnen kleine stekjes, die naar niets lijken als je ze pas krijgt, uitgroeien tot schitterende exemplaren. Maar omgekeerd kan het ook een droevige verzameling worden.

Twee jaar geleden kreeg ik P. alpinum voor de derde keer. De goede gever wist zich op dat moment de naam niet echt te herinneren en ik herkende haar niet omdat ze er anders uitzag dan de vorige twee keer. Deze P. alpinum had wel de kleine hartvormige bladeren die bij haar horen maar daarbij bovendien een zeer donkere smalle zone vlak langs de buitenste rand van het blad, vergelijkbaar met de bladzone van de bekende cultivars ‘Distinction’ en ‘Preston’s Park. Eigenlijk verwacht je dat niet van een species.
Toen de gulle gever zei dat hij geloofde dat het P. alpinum was, was ik geneigd hem niet te geloven. Ik dacht een cultivar in handen te hebben. Maar ik wilde niet eigenwijs zijn dus ik behandelde haar zoals een P. alpinum behandeld wil worden, want daar had ik intussen de goede theorie over gelezen. Tot mijn blijde verbazing groeide het plantje voorspoedig. Ze breidde zich over het hele potje uit en ging uiteindelijk over de potrand hangen. En tot slot ging ze in april bloeien met, voor zo’n kleine plant, vrij grote, zalmkleurige bloemen met donkerrode merken. Het bleek een droom van een plantje.

Het afgelopen voorjaar kwam het Group News uit van de Geraniaceae Group en daar stond een foto in met een artikel over het plantje dat ik nu beschrijf. Inderdaad, het is P. alpinum. Mijn plant is een stek van een in het wild verzamelde plant door medewerkers van Kirstenbosch in Zuid-Afrika en via de Nationale Collectie in Engeland hier en uiteindelijk bij mij terechtgekomen.

Beschrijving
Van der Walt beschrijft deze Pelargonium als een enigszins over de grond kruipend struikje met zacht aanvoelende, fluwelige en hartvormige bladeren tot 5 cm lang en 4 cm breed. Bloemen 2 tot 3 cm in doorsnee. De twee bovenste bloemblaadjes groter dan de drie onderste. Er staan telkens twee bloemen bij elkaar aan de steeds langer wordende stengels. Kleur is diep zalmroze, soms wit met donkerrode merken op de bovenste bloemblaadjes. Van der Walt heeft het niet over een bladzone en dat is nu precies het aantrekkelijke van de soort die ik heb. Die kleine, 2 tot 3 cm grote blaadjes, middelgroen met donkere smalle zone zijn overvloedig aanwezig en maken het plantje ook mooi in de lange tijd dat ze niet bloeit. De bloemen zijn zacht zalmkleurig met donkerrode merken. De stengeltjes lijken rechtstreeks uit het wortelgestel omhoog te komen, vertakken zich in het begin niet maar groeien steeds langer uit en verhouten. Pas in het tweede jaar komen er aan de basis van de stengels nieuwe scheutjes omhoog. Van der Walt schrijft ook dat de plant moeizaam bloeit in cultuur en dat troost me weer een beetje dat het met vorige stekken niet lukte om haar tot een beetje aardige plant op te kweken. De soort die ik nu heb bloeit weliswaar kort maar wel regelmatig en opvallend.

Verzorging
De plant heet niet voor niets P. alpinum. Ze groeit op een hoogte tussen 900 en 2000 m en wordt slechts gevonden in de bergen rond Ceres en Tulbagh. Als een plant maar op een kleine plek vertegenwoordigd is, betekent dat meestal dat ze kieskeurig is. Ze wordt gevonden in open situaties naast riviertjes in vochtige bijna natte grond. ’s Zomers echter zijn deze plaatsen droog en heet. Maar ’s winters nat en koel tot koud met soms zelfs wat sneeuw. Dat betekent voor de verzorging dat ze ook in pot in de winter veel water vraagt. Ze kan lang in een onverwarmde kas staan in het najaar waarbij alleen vorst voorkomen moet worden. Ze kan zelfs in het najaar buiten blijven staan omdat vocht in die tijd niet erg is. Voor de bloei heeft ze echter zon en warmte nodig. In een mooi voorjaar bloeit ze al in april in de kas. ’s Zomers kan ze in de volle zon staan (geef haar wel een tweede pot ter bescherming van de wortels) maar beter wel onder een afdak, beschut tegen onze regen. In die tijd moet ze zuinig begoten worden. Op die manier behandeld, groeit en bloeit P. alpinum en is dan zeer de moeite waard.

 

copyrighted

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.