G. platypetalum en G. ibericum

g.platypetalum
Uit: ‘P&G Nieuws!‘ december 1999, nummer 4 | foto boven: Geranium platypetalum, © Geraniumfoto.nl

Geranium platypetalum  is een vaste plant die volgens de boekjes 40 tot 50 cm hoog kan worden.  Bij mij, op vochtige veengrond, blijft ze zonder bloemen slechts dertig cm hoog. De plant is behaard en de bladeren zijn cirkelvormig in omtrek, ingesneden in 7 delen en rimpelig en bobbelig aan de bovenkant.  Ze heeft violetblauwe bloemen met donkere gevorkte aderen, zo rond 4 cm in doorsnee.  Ze zijn schotelvormig en staan verticaal op hun stengels.  De hoofdbloei is in juni maar daarna geeft ze de hele zomer door wat bloemen, zolang het weer betrekkelijk zacht en zonnig is.  Sommige jaren tot in november.  Hun thuisland is Siberië, NO-Turkije en het noorden van Iran.  Ze groeien daar tussen struiken. De plant zet veel zaad dat ook wel wil ontkiemen als je dat zelf zaait in een potje, maar spontane zaailingen in de tuin heb ik nog nooit gevonden.

 

ibericum 'Ushguli Grijs' (1)
Geranium ibericum ‘Ushguli Grijs’
© Geraniumfoto.nl

Een soort die altijd met deze plant in één adem wordt genoemd is  Geranium ibericum ssp. ibericum.  Zo oppervlakkig gezien lijken ze ook wat op elkaar maar één van de belangrijkste kenmerken van planten, het blad, verschilt nogal van het vorige.  Het is hoekig in omtrek en wel in 9 of zelfs 11 delen ingesneden.  Die delen zijn breed en overlappen elkaar. De hele plant is iets forser, hoger en breder dan  G. platypetalum en ook de bloemen, eveneens violetblauw met donkere aderen, zijn iets groter, ongeveer  4,5 tot 5 cm.  De hoofdbloei die in juni begint duurt bijna twee maanden maar ik zie er daarna, i.t.t. de G. platypetalum, zelden nog een bloem aan.  Ook van deze plant, die rijkelijk zaad zet, zie ik nooit een spontane zaailing. Deze species wordt gevonden in Turkije, Anatolië en het aangrenzende deel van de Kaukasus. Dan is er nog  G. ibericum ssp. jubatum.  Volgens de Species Checklist zijn i.t.t. de soort  de bloemsteeltjes behaard en de bloemen iets blauwer.  Ik heb een plant in mijn tuin gehad maar zag geen verschil tussen de beide.  De haartjes waren aanwezig, maar de verschillen in blauw zag ik niet.  Dit onderscheid is alleen maar belangrijk voor botanici en als je alles wilt weten, maar voor de tuin maakt het niet uit of je de ssp. ibericum hebt of de ssp. jubatum.

De G. platypetalum en de G. ibericum hebben een hybride opgeleverd:  G. x magnificum.  Deze hybride is al heel lang bekend en werd ook al lang bij de diverse tuincentra in ons land verkocht voordat we, als tuinders, de ouders van deze plant leerden kennen. Al in 1871 was de plant aanwezig als herbarium-materiaal in de Botanische Tuin van Genève.  Ze heeft onder diverse namen rondgezworven als variëteit van G. ibericum of G. platypetalum en belandde halverwege de 20e eeuw bij de Botanische Tuin in Zweden onder de naam G. platypetalum.  Dr. Nils Hylander constateerde dat het een kruising was van de twee hier genoemde species en gaf haar in 1961 de naam  Geranium x magnificum. Er zwerven ook weer verschillende vormen van deze plant rond onder de namen als ‘Clone A (B of C)’, die door kenners dan weer beschreven worden maar die voor de liefhebbers nauwelijks te onderscheiden zijn. G. x magnificum lijkt door haar blad het meeste op  G. ibericum maar ze is forser.  Eén van haar schoonheden is de mooie verkleuring van het blad in de herfst van rood naar geel. G. x magnificum bloeit in juni/juli, heeft geen nabloei en zet geen zaad.  Ze is steriel.  Na de bloei is het een mooie bladplant die in goede tuingrond flinke afmetingen kan krijgen.  Tijdens de bloei is het een echte blikvanger.

Er is van G. platypetalum een cultivar bekend onder de naam  G. ‘Turco’.  Eerder is deze cultivar de wereld ingestuurd door Pagels (Duitsland) onder de naam  G. ibericum ‘Genyell’.  Aan het blad is al te zien dat dit niet de soort ibericum is, ze heeft het bekende ronde blad van  G. platypetalum.  De plant bloeit rijk en ook de nabloei, die hele zomer duuurt, is de moeite waard. De naam G. ‘Genyell’ lijkt overigens ook nog te bestaan want ze wordt, net als de ‘Turco’, genoemd in de Preliminary Chekclist of Geranium Cultivar-names.  De namen van beide soorten zijn nog niet definitief vastgesteld en het is mij dan ook niet duidelijk of het hier om twee verschillende soorten gaat.

Dan is er, zoals bijna bij alle plantensoorten het geval is, een G. platypetalum ‘Album’.  Ik heb haar zelf nog niet gezien en kan er dus ook niets over vertellen.

Van G. ibericum is er een cultivar die verkocht wordt onder de naam  G. ‘Blue Blood’.  Een naam die in de Preliminary Checklist zelf nog niet genoemd wordt.  Het is een prachtige, compacte, rijkbloeiende ibericum-soort, maar het zou me niet verbazen als het uiteindelijk een G. x magnificum blijkt te zijn.  In ieder geval heeft ze daar veel van weg maar blijft iets meer gedrongen.

Verder is er nog een kruising van  G. platypetalum (stuifmeel) met  G. renardii (moederplant):  Geranium ‘Philippe Vapelle’.  Een plant met het mooie blad van  G. renardii  maar met blauwe bloemen.  Van G. platypetalum heeft ze, behalve de kleur van de bloemen, ook de langdurige bloeitijd.   Ik weet niet of ik deze plant nu moet noemen of dat dat bij een beschrijving van  G. renardii zou moeten.  Er zijn namelijk twee soorten die veel op ‘Philippe Vapelle’ lijken:   G. ‘Whitenight’ en  G. ‘Tcschelda’.  Maar dit zouden natuurlijke hybriden zijn, in ieder geval de laatste en het is niet zeker of daarvan  G. platypetalum de tweede ouderplant is.  Beide zijn wat fletser van kleur en bloeien zuiniger, zij het niet zo zuinig als  G. renardii.

Ik hoop dat degenen die de planten nog niet kennen, volgend jaar eens proberen één van deze species of cultivars op te kweken.

 

copyrighted

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.